Verkeer Noorwegen

Verkeersregels auto en kampeerauto Noorwegen

Afmetingen, maxima

  • Lengte: 10 m
  • Lengte met aanhangwagen: 18,75 m (op sommige wegen 12,40 of 15 m)
  • Breedte: 2,50 m
  • Hoogte: 4 m

Antiradar

  • Het meenemen en gebruiken van antiradarapparatuur is verboden.

Brandblusser

  • U bent niet verplicht een brandblusser in de auto te hebben.

Gevarendriehoek

  • U bent┬áverplicht een gevarendriehoek in de auto te hebben.

Kinderen

  • Kinderen tot 4 jaar moeten in een kinderzitje worden vervoerd.
  • Kinderen vanaf 4 jaar mogen in een kinderzitje zitten of in de veiligheidsgordels.

Lading op voertuig of aanhangwagen

  • Er geldt geen limiet voor het uitsteken van de lading naar achteren, maar de lading mag niet naar voren en in de breedte uitsteken.
  • Als de lading meer dan 1 meter naar achteren uitsteekt, moet u dit aangeven met een rood-wit gestreept bord (50 x 50 cm).

Mobiele telefoon

  • Telefoneren tijdens het rijden is alleen handsfree toegestaan.

Overnachten langs de weg

  • Het toestaan van overnachten in uw auto, caravan of kampeerauto langs de openbare weg en op parkeerterreinen langs snelwegen is afhankelijk van de plaatselijke verordeningen. Informeer hiernaar bij de plaatselijke autoriteiten.

Slepen

  • Slepen is toegestaan, mits de verbinding tussen de twee voertuigen duidelijk is aangegeven.

Veiligheidsgordels

  • Het gebruik van veiligheidsgordels (indien aanwezig) is verplicht voor alle inzittenden.

Veiligheidsvest

  • Voor een bestuurder van een niet-Noorse auto is het gebruik van een reflecterend veiligheidsvest niet verplicht. Het gebruik ervan wordt echter sterk aangeraden.
  • Als u in een Noorse (huur)auto rijdt, moet u wel zo’n vest bij u hebben.
  • Een veiligheidsvest kunt u onder meer verkrijgen bij de ANWB-verkooppunten.

Verbanddoos

  • U bent niet verplicht een verbanddoos in de auto te hebben.

Verlichting

  • Alle motorvoertuigen moeten overdag dimlicht voeren.
  • Mistlichten mogen worden gebruikt bij mist en sneeuwval en op bochtige wegen bij slecht weer.

Winterse omstandigheden

Sneeuwkettingen

Gebruik

  • Voertuigen moeten met een winteruitrusting (sneeuwkettingen, winter- of spijkerbanden) worden uitgerust als het weer dat vereist. Bij een aanrijding kan het ontbreken van een winteruitrusting tot (mede)aansprakelijkheid leiden.
  • Soms kunnen de wegen in juni nog glad zijn. U wordt aangeraden ook in deze maand sneeuwkettingen mee te nemen.

Montage

  • Bij een auto met voor- of achterwielaandrijving moeten de sneeuwkettingen om de aangedreven wielen worden gemonteerd.
  • Bij een auto met inschakelbare vierwielaandrijving moeten de sneeuwkettingen om de permanent aangedreven wielen worden gemonteerd.
  • Als u een permanent vierwielaangedreven auto hebt, moet u informeren bij uw dealer of de fabrikant welke wielen eerst moeten worden voorzien van sneeuwkettingen.

Spijkerbanden

  • Spijkerbanden zijn toegestaan van 1 november tot en met de 1e zondag na Pasen.
  • In de noordelijke provincies (Nordland, Troms en Finnmark) zijn ze toegestaan van 15 oktober tot en met 1 april.
  • Alle wielen van de auto en van een eventuele aanhangwagen moeten voorzien zijn van spijkerbanden.
  • In Noorwegen kunnen in het winterseizoen spijkerbanden worden gehuurd. In Trondheim, Bergen en Oslo moet extra belasting betaald worden als er spijkerbanden gemonteerd zijn. De benodigde vignetten zijn o.a. verkrijgbaar bij de parkeerplaatsen op de belangrijkste wegen naar Trondheim, Bergen en Oslo en bij tankstations.
  • Als de winterse omstandigheden echt slecht zijn (sneeuwstormen, slecht zicht, enz.), is het op veel routes in Noorwegen alleen toegestaan om in konvooi te rijden. Zo’n groep bestaat vaak uit minimaal 10 auto’s.
  • Voor informatie en aanvraagformulieren voor de vignetten:www.bergen.kommune.no/piggfritt,
  • www.piggfritt.com.

Spikes-spider

  • De Spikes-spider en de Spikes-spider Sport zijn wettelijk niet gelijkgesteld aan sneeuwkettingen, maar worden in de praktijk wel als zodanig geaccepteerd.

Bron: ANWB.

Share

Geef een reactie